Wie doet wat?
Werkgever = sleutelfiguur
Naast collega's merken werkgevers vaak als eersten dat er iets aan
de hand is met een werknemer. Dat maakt hen tot sleutelfiguren bij de aanpak van
functioneringsproblemen door alcohol- en ander druggebruik.
Vaak weten ze echter niet hoe ze op een goede en efficiënte manier
kunnen omgaan met signalen en vermoedens.
Een preventief alcohol- en drugbeleid beschrijft de taken en
verantwoordelijkheden van de werkgever bij functioneringsproblemen
ten gevolge van alcohol of andere drugs. Deze procedures bieden de
nodige houvast om snel en adequaat op te treden.
Taken en verantwoordelijkheden van de werkgever
- Oog hebben voor signalen van functioneringsproblemen en alcohol-
en/of ander druggebruik.
- Bij acute situaties is de
betrokken werknemer meestal duidelijk dronken of onder invloed van
andere drugs.
- Bij chronisch gebruik daarentegen zijn er in eerste instantie
(nog) geen concrete signalen van alcohol- en/of ander druggebruik.
De werkgever kan wel vermoedens hebben. De werknemer komt
bijvoorbeeld geregeld te laat, krijgt conflicten met collega's of
is minder geconcentreerd.
- Functioneringsproblemen duidelijk vaststellen (bij voorkeur
schriftelijk).
- Eventueel werkonbekwaamheid vaststellen. Indien de werknemer
niet in staat is om te werken, wordt hij van de werkvloer
verwijderd om zijn eigen veiligheid en die van collega's te
verzekeren.
- Functioneringsproblemen bespreken met de werknemer
(confrontatie met objectieve feiten). De werkgever spreekt de
werknemer dus niet aan op het (vermoedelijke) gebruik, maar wel op
de gevolgen in de werksituatie.
- Duidelijke afspraken maken (bijvoorbeeld functioneren
verbeteren of sanctie, planning evaluatiemoment, gevolgen
niet-naleving afspraken), conform de instrumenten die het
arbeidsreglement en het personeelsbeleid bieden.
- De werknemer informeren over mogelijke hulpverlening. Eventueel
motiveren en aansporen om concreet contact op te nemen met
hulpverlening.
- De situatie evalueren na de afgesproken periode en sancties
trapsgewijs toepassen als de werknemer niet beter
functioneert.
Tips en tricks
- Toon begrip voor de onderliggende
oorzaken van verminderde arbeidsprestaties, zoals familiale
problemen of stress. Dergelijke oorzaken zullen echter niet altijd
uitdrukkelijk ter sprake komen.
- Neem echter niet de rol van therapeut
op. U bedoelt het goed, maar u helpt er uw werknemer niet echt
verder mee. De werknemer zal immers minder geneigd zijn om zijn
functioneringsproblemen aan te pakken, laat staan het alcohol- of
ander druggebruik.
- Blijf eventueel via de betrokken
externe dienst voor preventie en bescherming op
de hoogte van de verdere stappen van uw werknemer
(bijvoorbeeld zijn keuze voor een bepaalde vorm van
hulpverlening).
© 2010 VAD