In de praktijk

Wie doet wat?

 

Aandachtspunten bij de uitoefening van uw taak

 

  • Leidinggevende en hulpverlener: ieder zijn taak, maar complementair

Leidinggevenden en hulpverleners hebben elk hun eigen circuit:
- leidinggevenden volgen de functioneringsproblemen door alcohol- of ander druggebruik op;
- hulpverleners behandelen het eigenlijke alcohol- of ander drugprobleem.
 

  • Parallelle en complementaire taak

Het werk van de ene is geen alibi voor inactiviteit van de andere. Hoewel de circuits gescheiden zijn, moeten ze parallel verlopen én complementair zijn:

- De leidinggevende oefent een zekere druk uit op de werknemer via functioneringsgesprekken en opvolging van diens functioneren. Hij laat de deur naar de hulpverlening echter wijd open. Zo kan de leidinggevende de werknemer aansporen om eens met de arbeidsgeneesheer te gaan praten of de arbeidsgeneesheer vragen om een bepaalde werknemer aan te spreken.

- De hulpverlening van haar kant geeft nieuwe kansen. De hulpverlener helpt de werknemer om zijn onderliggende problemen te onderkennen en aan te pakken. Hij verwijst de werknemer eventueel door naar meer gespecialiseerde hulpverlening. Het hulpverlenende circuit tracht het functioneren van de werknemer te herstellen.

  • Informatiedoorstroming en feedback

Informatiedoorstroming en feedback tussen beide circuits zijn cruciaal. Hierbij dient er respect te zijn voor de privacy van de betrokkene en voor het beroepsgeheim van de hulpverlener.

 

  • Neem de 'juiste' rol op

Elke persoon die bij de uitwerking en uitvoering van een alcohol- en drugbeleid betrokken is, heeft zijn eigen taak in het geheel. Deze rol moet 'juist' zijn op twee manieren:

- functioneel: de opgenomen rol draagt effectief bij tot de realisatie van de doelstellingen van het beleid (functioneringsproblemen ten gevolge van alcohol- of druggebruik voorkomen en indien nodig vroegtijdig en adequaat aanpakken)

- correct: wie een taak opneemt binnen een alcohol- en drugbeleid doet dat met respect voor de betrokken werknemer en zijn omgeving. Respect voor de vertrouwelijkheid van gegevens en voor het beroepsgeheim zijn hierbij essentieel.

Voorbeelden

- Niet-functioneel: een leidinggevende neemt de rol van therapeut op.
- Niet-correct: een leidinggevende vraagt de arbeidsgeneesheer om een werknemer onder invloed te testen om deze werknemer nadien te kunnen sanctioneren.

 

  • Hou rekening met het onderscheid tussen uw individuele en uw collectieve opdracht

Sommige sleutelfiguren vervullen een dubbele rol bij een alcohol- en drugbeleid.
Het gaat hier vooral om de preventieadviseurs-arbeidsgeneesheren, de preventieadviseurs psychosociale aspecten en eventuele andere vertrouwensfiguren. Zij combineren hun individuele opdracht als brugfiguur, doorverwijzer en contactpersoon vaak met een collectieve taak bij de opmaak en uitvoering van het beleid. Hierbij is het belangrijk dat beide rollen gescheiden blijven. Zo worden er geen individuele probleemsituaties besproken tijdens het overleg van de werkgroep.

 

  • De preventieadviseur als initiatiefnemer

Naast medewerkers van personeelsdiensten en sociale diensten nemen preventieadviseurs meestal het initiatief om alcohol- en andere drugproblemen op een meer structurele manier aan te pakken. Dat is geen verrassing. In de praktijk vervullen zij immers een belangrijke rol bij de concrete aanpak van problemen. Vanuit hun ervaringen vragen ze zich af hoe dergelijke situaties in de toekomst kunnen vermeden of (beter) aangepakt worden. Preventieadviseurs zijn dan ook vaak de spilfiguur in het proces van een ad-hocbenadering naar een gestructureerde aanpak.

 

  • De preventieadviseur als coördinator en expert

Het alcohol- en drugbeleid van een organisatie is een collectieve opdracht. De (interne) preventieadviseur is echter vaak verantwoordelijk voor de coördinatie. Daarenboven is zijn expertise meer dan welkom omwille van de medische en sociale aspecten van de alcohol- en drugproblematiek.

 

  • De preventieadviseur als voorlichter

Preventieadviseurs kunnen ook een rol spelen bij de voorlichtings- en vormingsinitiatieven in het kader van een alcohol- of drugbeleid. Zo kunnen ze informatie geven over de effecten van alcohol- en ander druggebruik op het functioneren van de werknemer. Ze kunnen ook toelichting geven bij hun eigen rol binnen het beleid.

© 2010 VAD

Cases

Daniëlle Verlaet

“Voor een rendabel beleid zijn opleiding en informatie onmisbaar”

Opleiding is cruciaal voor een efficiënt resultaat. Opgeleide werknemers weten wat ze moeten doen en presteren beter.

Daniëlle Verlaet, Opleidingsadviseur IPV (opleidingscentrum voedingsindustrie)

Lees meer

Blijf op de hoogte

Schrijf u in en blijf op de hoogte van nieuws over alcohol en drugs op het werk.