Beleidsverklaring
Uitgangspunten bepalen
Een gedragen en gemeenschappelijke visie
Het is belangrijk dat de leden van de werkgroep een gelijke
visie hebben op een aantal thema's, zoals:
- Hoe kijkt de organisatie naar het welzijn en de veiligheid van
haar werknemers?
- Waar ligt de grens tussen werk en privé?
- Hoe staat de organisatie tegenover testen?
- Is het nodig om formele regels uit te werken?
In de werkgroep moet er consensus bestaan over
de uitgangspunten van het alcohol- en drugbeleid. De uitgangspunten
vormen immers de kern van het toekomstige beleid: ze bepalen in
grote mate de volgende stappen van het proces. Zo zal een
organisatie die werknemers kansen wil geven - ook als ze een
alcoholprobleem hebben - andere maatregelen treffen dan een
organisatie die deze visie niet uitdrukkelijk onderschrijft.
Op zoek naar consensus?
Iedereen heeft zijn eigen mening over alcohol- en ander
druggebruik. Wat voor de ene problematisch is, is dat niet voor een
ander. Niet zelden spelen hier misvattingen en zelfs vooroordelen.
Daarom kan het aangewezen zijn om het beleidsproces te starten met
een vorming voor de leden van de werkgroep alcohol- en
drugbeleid.
Voordelen van vorming
- Een training kan helpen om de verschillende standpunten dichter
bij elkaar te brengen en op één lijn te krijgen.
- De deelnemers krijgen informatie over alcohol en andere drugs
en verwerven inzicht in de thematiek van werkgerelateerd
gebruik.
- Door de objectieve informatie verwerven ze een
gemeenschappelijke achtergrondkennis, die het draagvlak voor het
beleidsproces verhoogt.
- De vorming biedt ruimte voor discussie zonder dat de deelnemers
al concreet bezig moeten zijn met het beleid in hun
organisatie.
Resultaat: na de training is het gemakkelijker om de vier pijlers van een efficiënt beleid concreet in te
vullen op maat van uw organisatie.
Voorbeelden van uitgangspunten
De meeste organisaties hanteren onderstaande uitgangspunten. Ook
de aanpak van VAD steunt hierop:
Het beleid richt zich in de eerste plaats op de meerderheid van
werknemers die geen probleem hebben. Daarnaast wil het beleid een
vroegtijdige en adequate aanpak van eventuele problemen mogelijk
maken.
- Functioneren als basis voor optreden
Verminderd functioneren of verslechterde werkrelaties zijn de
aanleiding om iemand aan te spreken op zijn werkgedrag en
onrechtstreeks op zijn alcohol- of ander druggebruik. De
leidinggevende speelt hier een cruciale rol. Hij confronteert de
werknemer niet met het problematisch gebruik zelf, maar wel met de
gevolgen ervan in de werksituatie.
De focus op functioneren heeft twee voordelen:
- Het is objectief en correct
Als werkgever mag u verwachten dat uw werknemer zijn werk naar
behoren uitvoert. Het is objectiever en correcter, eerder dan over
de mogelijke oorzaken van slecht functioneren te praten.
- Het is efficiënter
Mensen met alcohol- of andere drugproblemen vinden meestal dat er
niets aan de hand is. Ze zullen ontkennen of verveeld reageren.
Het alcohol- en drugbeleid maakt deel uit van een integraal
gezondheids- en veiligheidsbeleid. De focus ligt op veiligheid en
gezondheid, uitgangspunten waar zowel de werkgever als werknemer
baat bij hebben.
- Link met personeelsbeleid
Het alcohol- en drugbeleid kadert in een globaal
personeelsbeleid. Door werknemers aan te spreken op hun
functioneren kunt u de problematiek koppelen aan bestaande
functionerings-, beoordelings- en evaluatiegesprekken.
Het beleid geldt voor iedereen, van hoog tot laag.
Voorbeeldgedrag van hogere leidinggevenden werkt motiverend voor
alle medewerkers.
- Alcohol, maar ook andere drugs
Het beleid gaat over alcohol en andere drugs. Belgen drinken
immers niet alleen alcohol. Ze gebruiken ook andere (illegale)
drugs en neem veelal psychoactieve medicatie.
Meer voorbeelden van uitgangspunten: NAR Leidraad 6.1.3 (pdf - 821 kb)
© 2010 VAD